(G)een debuut

Ik heb deze gedichten opgestuurd naar een tijdschrift, dat ze helaas heeft afgewezen. Het schijnt erbij te horen. Ik moet er vanaf, dat wel. Deze gedichten representeren in essentie een soort alter-ego, een heuse Mr. Hyde voor mijn Dr. Jekyll, waar ik maar al te graag afstand van wil nemen. Ik heb dus ook geen zin om het bij andere tijdschriften te gaan proberen. Toch was Cor soms best lief, met zijn kusjes en zo. Daarom kan ik het ook niet over mijn hart verkrijgen om ze in mijn mailbox weg te laten rotten. Gelukkig heb ik mijn eigen platform, en dat is ook heel officieel en echt. Dat telt gewoon, toch? Toch!? Ik ga gewoon door met nieuwe, (nog) betere gedichten. De wereld zal nog van mij horen, maar niet van Cor. Wat een tragische, tragische geschiedenis. Requiescat in pace, motherfucker. Bij dezen, voor een kleine club gelukkige uitverkorenen:



De slotendans

Voor E.R. en S.J.

0 Dertien wijzen debuut in ochtendgloren
van geef ze sjibboletjes in het koren
en tooi het lauwerkransje van te voren –
blijf in je dansje door het bos bevroren.

Voor papa, mama, mijn grote broers, en mijn kleine zusje;
mijn grote liefdes. De rest van mijn kleine hartje – kusje –

‘tum vero ingentem gemitum dat pectore ab imo,’
voor iemand anders – Aeneas I. 485 – en voor jou! Pour toi –

van je één, twéé – hópsakéé – geboren!

C’est moi,
Cor

1 Buiten alle perken
Voor de bloemlezers en voor jou

Ik durf haar wel te noemen – Niemandsroos –
een cultivar die niemand heeft vermoord.
Neem God noch dichter op zijn woord,
want alles is – esthetisch – voos.

Er is nu grove moord – miljoenengraf.
Adorno – Lucebert – Celan. Doffe klap.
Ik plant hier geen geplagieerd kwaad rijm.
Dichters zijn al seizoenen lang verdacht.

We zijn voorzichtig. Kaf. Terecht,
omdat wij aanvoelen dat wereldoorlog
uit geen vechtersbaasje ontsnapt
zonder op de achtergrond dat vaasje
van engelentemmer die Plato kent –
als het ware – in schijn de zon geschreven:
De trui van oma’s wol. Mijn linkerwang.



2 Buurtgenoot

Voor E.

Ik zwelg niet.
Ik jank lied:
Van waanvliet,
van vlegeldaad,

van wanberaad,
van deugniet,
wiedewierewiet,
ik zing maar zwelg niet.

Tot al het licht verdwijnt
is hier nog spijt die stinkt
en door mijn koppie zingt

om te branden tot het schrijnt –
dat je pijn deed – toch schrijven wil van liefde
die je zelf voor een meisje vertiefde.



3 Pyrrho’s maantje
Voor God en de psychiater

Men haalt weleens de meisjes door elkaar.
Dat kwelt mij ‘s avonds niet. Echt waar,
ik meen het goed – opnieuw met haar.
Ik lees haar voor een dollar achteruit,

en schrijf het achterover, voor geen duit.
De rommelmarkt – tweedehands is altijd buit,
als ik op minibiebjes – kringloopwinkels stuit.
Zo rein, zo deftig. Vega. Rapen gaar.

Om brand te schouwen door de ruit
of achterwegen – ergens onderuit?

Ik vind drie centjes, voor een fluit.
Ik neem uit Nazareth mijn bruid.
Ik bid nu, zonder toverkruid.
Ik licht alleen mijn eigen traantjes uit.



4 Mythopoesis
Voor een ander meisje en James Frazer

In feite – klein – gegeven.
Aan meisjes – wilden – om het even
vlakbij – gezeten – verbleven
mijn blikken – vlug – vergeven

toch tam – begraven – kleven
in geil- en grofheid streven
blijkt – langer – én gelukkig leven
doch – kroon – blijft over, dreven.

Er drijft iets – lijk je – regenton?
Het duizelt – wáár – mei ik begon?

Wist ik niet hoe brand schutting kon?
De drank en drugs zijn dom dom dom.

Was ík die – ík – of anders ík verzon?
Oktobertuinen – spiegel – troebelbron.

Ach schatje toch, zonden op klim op kim geschreven?
Zevenvoudig, octopus, negen verweven.



5 Mythopoepsaus
Voor Gerrit Komrij en Georges Bataille

Elliptisch rond de zon, in ruimte schik, geslingerd
opdat je niet het melkwegstelsel nucleair bevingerd.
Je moeder heeft gewaarschuwd voor mijn vunzigheid.
Wij hielden ganzen! ‘t Poept meer nog dan gefokte geit!

Je vuilnis moet je viezerik toch ergens kwijt
in overschot van noodzaak, die het lichaam kleit?
En onder klein beding
snapt nog ten minst gering –

geit
blaat
vlug –

schijt
staat
stug –



6 Habitat

Voor een ex-vriendinnetje
‘you wouldn’t know love’ – C.

Ik heb soms echt wel voeling –
al doe ik meisjes zomaar pijn –
wie daarom doodop, doof zijn
voor al mijn goede bedoeling

die neem ik dat niet
kwalijk – schrijf ik een strafregel:
Geen vrouw maar zelf de vlegel.
Al zing ik ook een lied

van vrouwen die mij bedriegen –
van jongens die van mij stelen
(men weet van mij – ik ben biseksueel)
van scheldwoord in mijn witte keel
betrapt, kolonie, holocaust vervelen
gaat sorry – strafregels. Niet liegen –
‘was puur uit goede bedoeling.’



7 Losing my religion
For me, my lies, myself and I

He would not dare his dearest, not a hair.
He doesn’t have the back-end balls, the core
of life-long conversation, that tames the roar
to whisper tiny keys to gift a friendly bear

in truthful tongues, and nevermind the third.
As if just eating the lots would gift the thieves
a starry-eyed voyage of all exactly seven seas.
I have confessed – the pirates have misheard.

They’ve read the map, on purpose fooled.
I’ll pass just anyone who comes on by –
explorers too – rock, bone in frozen brine.
I spent some time – just keep it cooled –

to write in different flowers –
goddamn – that shit takes hours.



8 Apophrades
Voor Kaïn

Ik loog van vlees, van essay en van pindakaas.
Geen reden nog aan toe – da's dubbeldwaas.
Ik ben betrapt – ik ben een gore hypocriet –
maar voor mijn vrienden fabuleer ik niet!

Ik lieg omdat ik laf ben, bang ben en nerveus.
Ik lieg omdat ik faal, en discipline mij ontbreekt.
Ik weet dat schenden van vertrouwen steekt.
Mijn broer scheldt me vol maar mag het weten.

Ik koester schuld, de varkens voor mijn keuze
gekruisigd. Vegan, feminist, huiswerk vergeten?
Het genderkloofje blijft, en als je dat wilt weten
was ik te lui, te dronken, te high, en holle leuze –

te weten – het klopt – ik heb een bloedbek.
Als jij mij weer betrapt, steek mij dan lek.
Het liefst hardop! Schijn op mijn blinde vlek!

Die psychiater, die is potverdomme gek.
Heb je nog honger? Ik heb genoeg bestek.



9 Pervasieve ontwikkelingsstoornis –
De metafysica van de afwezigheid

Voor de Ontvanger van de Vergrotende Trap en Ger Groot

De poetry-slam! Daar ga ik heen!
Dan tooi ik dáár mijn maneschijn!
Ik heb een vriend, die heeft er één –
ik ben al welkom! Knap en klein!

Ik houd niet van die psychologen
die mij graag willen buigen,
omdat ik dan in duigen
val desondankzij mededogen.

Ik heet geen Pfeijfferd, schrijf
ook echt geen polemiek, vandaag.
Toch moet je even luisteren
zodat ik iets kan fluisteren:
Ik laat je weten (rijm je vaag)
dat ik graag in het duister blijf.



10 Super Downdressed Bros. 18+
Voor de gasfitter de loodgieter

Als ik een paddenstoeltje
eet word ik wondergroot.
Ik level hier het boeltje,
ik ken het glas-in-lood

kasteel van polygonen.
Voor iedereen een derde dood –
waar duizendmunt personen
kan nummertje tig – pet rood,

en spelen. Zelfje doodt
slechterik tovergroot.
Je mag er brood van weten,
daar kun je kaas op eten.

Pak wonderschimmels – drie uit tien keer beet –
en veeg maar lekker negen keer mijn keet.

Vraag éérst je dokter (i.v.m. SSR-; MAO-I).
Mijn eerlijke Duits verantwoordt niet. Nie!



11 Voetbal
Voor een elftal

Het voetbalschap staat op je ooft
sinds heugenis al rond te pezen.
Ik hoef het nu nog niet te vrezen –
niet dat het mij veel goeds belooft.

Al kun je ’t beste schoppen van het land,
je wilt er, appeltje etend, niet van weten.
Zo blijf je rustig op de bank gezeten,
en kijk je hoe ik stuntel, langs de kant.

Men dacht dat ik ging scoren.
De weddenschap verloren.

Dus speel ik voor de stad,
en schiet ik – éénvoud – raak!
Tot hemels rijkt mijn lat.
Ik oefen salto's – méérvoud – vaak.



12 Van Renzo Novatore
Voor het vossengilde van de wijsheid
en alleen maar op cijfers

Ik had een hele slechte alibi
en blijkbaar ook een vrij groot strafblad.
Ik strijk het plichtsbewust en moeizaam glad
tot wie weet wie is wie.

Die vracht die bracht die trein te weeg.
Broek blijft op de heup want ik eet geen kip.
Eronder – tussendoor – de kluisjes leeg.
Guusje kocht hoog en verkoopt de dip.

Ik trek een ander bloesje aan
en fiets de maskerade – Schoonhoven
danst ook wat rondjes mee
om grachtengordels leeg te roven –
ik hoop dat men me niet ziet gaan –
betrekkelijker lieverlee!



XIIV Schietgebedje

Voor God en tegen de psychiater

Ik bid voor papa – en voor God.
Ik bid voor mama – en aan God.
Ik bid voor Keesje – en voor God.
Ik bid voor Jantje – en naar God.

Ik bid voor wijsheid, en voor God
en meisje – nacht – O God!
Ik wil naar mama! Niet naar God!
Ik wil naar papa! Niet naar God!

Ik wil niet naar God ik wil naar mama!

Ik bid voor God. Heeft papa ‘t gehoord?
Ik richt wel vaker tot de muur het woord.
Ik hoop nog steeds dat God het hoort.
Ik hoop dat Hem niet mijn leugen weert.
Ik hoop dat haar nooit de Duivel deert.
‘Dat zij niet bestaat,’ peins jij geleerd.



XIII Bloemen van voorgeslacht
Voor Piet Paaltjens en Paul Pietjens

Je moet er nog een geheel in zien.
Misschien is veertien drie keer dien.

Je zoekt maar vindt geen zeik,
want op mijn leven rust een vloek.
Ik ben een dichter dankzij
het Prisma – rijmwoordenboek.

Geef me d’r vijf – geen toets, een Trien.
Ik was dit keer wel uitgepraat in acht.
Schrijf dit er – wel zo leuk – toch bij:
Gestopt met roken – iedereen blij!



13 Komt dat zien! Komt dat zien! Komt dat zien!
Voor de Duivel, Satan, Lucifer, Beëlzebub, Lilitu en Moenen

Ik heb mezelf uit het licht verbannen,
omdat ik groter ben dan Wie!?
Wat dacht ik godverdomme wel niet.
Nu heb ik regelmatig slechte plannen.

Ik heb een hoed! Ik heb een snor!
Ik mis een oog! Ik spoel het dóór
en goochel, één twéé – verstop-je vóór –
dans strak in pak – zegt u maar Cor!

Toch niet van duveltjes gestolen zeker!?
Het script – ik wist niet meer – laser!?
De zeven gunsten!? Foute grappen?!

Men moest wel kijken, ging, en keek er
tevreden zonder adem naar. Geprezen
staat u – overwinning – lucht te happen!

O komt dat zien – de wilde jacht – dertien!
Van drie uit veertien klapt mereltje vijftien!

Fin.

C’est moi,
Cor



0 envoi, voor een musje of honderd

Briefje – muze – die mij één, twéé keer leest –
bloos zacht – drie keer weg van teruggeweest?
De vierde krijg je want je fluit zo lief –

O, vijvertje? Nou, nou, nou. Zes? Hou op, schei uit!
Zeven!? Klein sprongetje van geluk – miauw!

Geef acht – veel liefs – ik ook aan jou,
(ssh – piepklein kusje – voorhoofd)
ga vlug! – tot ziens, beloofd, tot gauw,
(niet klikken – zot musje – beloofd?)

Pour toi –
Knorretje –
et voilà:

Cor van Kaffe († 2024)

Comments

Popular posts from this blog

Spreek mij aan

Waarin ik carrière maak

Naar het paradijs, maar niet echt, en heel langzaam. Over Naar het paradijs van Hanya Yanagihara.