Nu! Nu! Nu!
Mijn tweede radiocolumn over poëzie, over het verstilde moment en het verstrijken van de tijd in lyrische poëzie, aan de hand van Rozalie Hirs, voor het programma 'Apologie van de maker' door Ben van der Wal en Max Receveur bij online radiostation Rararadio (rararadio.org). Uitgesproken op 30 juli. Max en Ben (en ik!) zijn over twee weken weer te horen, met een nieuwe gast, en een nieuwe column, op 13 augustus van 8 tot 9 uur 's avonds.
Lyrische poëzie heeft een paradoxale relatie met 'het moment'. Het is nuttig om eerst een onderscheid te maken, tussen enerzijds narratieve poëzie, en anderzijds lyrische poëzie. In de praktijk zal dit onderscheid lang niet altijd zo helder zijn, maar waar het in narratieve poëzie gaat om het beschrijven van gebeurtenissen die elkaar chronologisch opvolgen, probeert lyrische poëzie daarentegen vaak één enkel moment vast te leggen. De paradox laat zich makkelijk demonstreren aan de hand van een kinderlijk taalspelletje: "Als ik nu zeg is het al voorbij. Nu! Nu! Nu!" Dit is ook de paradox van de klok: de klok legt geen moment vast maar een tijdsbestek, van bijvoorbeeld één seconde. Het heden is niet vast te leggen zonder uiteen te vallen in verleden en toekomst. Een gedicht ontvouwt zich altijd in de tijd.
Op die manier verhoudt lyrische poëzie zich misschien tot zowel de schilderkunst als tot muziek. Een figuratief schilderij legt een moment vast, maar muziek kan net als poëzie alleen bestaan in het verstrijken van de tijd. Het genot van een melodie ligt nooit in afzonderlijke toonhoogtes, maar altijd in hoe een bepaalde noot zich verhoudt tot de noten die we net hebben gehoord en de noten die we anticiperen. Toch roept muziek ons op die manier ook op tot aanwezigheid in het moment, omdat het ons confronteert met de aanwezigheid in het ogenblik van het verleden en de toekomst.
Eén hedendaagse dichter die deze problematiek volgens mij mooi scherpstelt is Rozalie Hirs, die naast het schrijven van gedichten niet toevallig ook muziek componeert. Ze doet dit door het gebruik van imperatieven die aansporen tot een soort meditatieve aanwezigheid, maar ook impliciet door middel van de vorm: Rozalie Hirs schrijft gedichten met cryptische beeldspraak die concentratie vereisen, en door zinnen grammaticaal in elkaar over te laten lopen benadrukt ze de continuïteit van het heden in contrast met de afgebakende tijdseenheid van een zin. Ik citeer het eerste gedicht uit haar dichtbundel Ecologica:
als aarde weer verdwijnt in donkerder lucht
geef de taal terug uit naam van het laatste
paar siberische kraanvogels zowaar in leven
hun komma te lezen als meditatieve onthoofding
een kwestie van opsporing door bijen nat van honing
of door gekweel van een nachtegaal als de beste
zwanger van betekenis vooruitgeworpen voor ogen
een schaduw zich uitstrekt tot aan tekst of sterren
een hele wereld die zich buiten haakjes verzamelt
als een kring van halflicht de allerlaatste zwerm
bedreigde woorden langzaam deze beslissing onthult
het zaad te planten inderdaad een nieuwe tijd
die het verdwenen paar in heilige boeken vangt
Er is veel te zeggen over dit gedicht, dat wellicht niet goed uit de verf komt wanneer het zo wordt voorgelezen. We willen het gedicht graag als geheel begrijpen, we willen de klok stilzetten. Voor nu wil ik de aandacht nogmaals vestigen op de eerste twee regels. "geef je over als altijd ruik het nieuwe seizoen / als aarde weer verdwijnt in donkerder lucht". Rozalie Hirs vraagt ons om overgave aan het moment, dat ze meteen gelijkstelt aan alle andere momenten met de kwalificatie "als altijd". Ze focust onze aandacht op een waarneming, de geur van het nieuwe seizoen -- die geur, die nota bene alleen als een moment waargenomen kan worden, bevat een anticipatie op de toekomst, zoals een noot in een muziekstuk verwachtingen oproept over de voortzetting van de melodie. "als aarde weer verdwijnt in donkerder lucht", we bevinden ons in een heden dat tegelijkertijd een einde is, van een dag, een seizoen, maar ook wederkerig. De Siberische kraanvogels die aan het begin van het gedicht "zowaar in leven" zijn, zijn aan het einde van het gedicht "het verdwenen paar", in "heilige boeken" gevangen. Siberische kraanvogels zijn een bedreigde diersoort. Een diersoort die in de taal heel eventjes voor altijd wordt vastgelegd, als moment dat al voorbij is tijdens het uitspreken ervan.
P.S.
Lees ook bijvoorbeeld eens mijn vrolijke gestolen villanelle, nu je hier toch bent.
Comments
Post a Comment