Aarzelende kat

Ik heb besloten om wat vaker blogjes te plaatsen, om de drempel wat te verlagen, het is tenslotte vooral voor de oefening, om een beetje in de gewoonte van het schrijven te komen. Tussentijdse updates en zo, het hoeven niet allemaal essays te worden (niet dat ik hier ooit een essay heb geplaatst, maar ter overdrijving.) Ik ben ondertussen bijna klaar met het (altijd zeggen: 'gezaghebbende') boek Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen van Jos Joosten en Thomas Vaessens. Ik ben ook aan het lezen in Jeroen Mettes' Weerstandsbeleid, een boek dat zijn blogposts (KLIK EN LEES!) bundelt -- heel boeiend allemaal. Dat klinkt sarcastisch maar dat is oprecht. (Over geen essays schrijven gesproken, hoe weet iemand zulke boeiende dingen op te schrijven, dag na dag? Ben ik nou zo dom, of kun je dat leren? Het is vast heel romantisch om te geloven in genieën maar als ze bestaan wil ik er ook een zijn. Dat zijn dingen waar ik tegen beter weten in wakker van lig, en die ik tegen beter weten in openbaar maak.)

Het is leuk omdat Jeroen Mettes bijvoorbeeld reageert op Abe de Vries op de Contrabas die weer reageert op Thomas Vaessens vermeende wangedrag in een paneldiscussie (nogal onbenullig allemaal), die 20 jaar oude drama is leuk, en het brengt me toch ook weer bij een redelijk interessant artikel in De Revisor van Abe de Vries over het boek van Jos Joosten en Thomas Vaessens (op de DBNL). Het is eigenlijk jammer dat Abe een beetje gaat lopen bitchen op De Contrabas, want de afwijzing van het postmodernisme doormiddel van pragmatisme heeft sowieso al iets anti-intellectueels -- dat lijkt mij niet per se kwalijk, maar hij doet mij sterk twijfelen aan het zuiver filosofische van zijn objecties. Heeft meneer het wel begrepen? Hierover later meer, misschien.

Dan iets anders. Ik zit te bladeren in Lessen in lyriek, de schoolpoëtica van W. Bronzwaer (schoolpoëtica is een leuk woord -- ik mag de universiteit geen school noemen van mijn docenten, maar als je hiermee aankomt op een middelbare school springen de leerlingen van het dak af), lees ik daar dit:

'In de praktijk van het taalgebruik betekent dit dat het kan lijken dat een woord metaforisch wordt gebruikt, terwijl in feite de onoverdrachtelijke betekenis van zijn wortel wordt gebruikt. Men kan zich dit voorstellen aan de hand van een zin als "De kat kijkt naar de muis en aarzelt". In eerste instantie zullen we hier van een metafoor willen spreken, want katten aarzelen niet; dat doen alleen mensen.'

Huh.. 

'Maar voor wie weet dat 'aarzelen' de wortel 'aars' bevat en de etymologische betekenis 'achterwaartse bewegingen met de aars maken' heeft, zal beseffen dat in deze zin van een hoogst letterlijk woordgebruik sprake is [..]'

Dat is allemaal heel leuk, maar is dit een jaren negentig ding? Staat mijn veganisme in de weg van secuur lezen? Hoezo alleen mensen aarzelen? Wat doet een kat anders als hij.. draalt, talmt? Zijn dieren dan een soort machientjes? Mij is ook weleens geprobeerd wijs te maken dat een koe niet vrolijk (en dus: ongelukkig) kan zijn, dat dat een projectie is -- volgens mij heet dat theory of mind en doe ik dat ook bij jou.

Comments

Popular posts from this blog

Spreek mij aan

Waarin ik carrière maak

Naar het paradijs, maar niet echt, en heel langzaam. Over Naar het paradijs van Hanya Yanagihara.