Mij verhouden tot Andy Warhol: Een ambiteuze leeslijst voor radicaallinkse poëticale indoctrinatie
'Een traditie wurg je alleen door op haar naakte, slapende lijf te gaan zitten (want zelfs slapend droomt ze jouw dromen), zodat ze geen kant op kan. En als er dan nog lucht uitkomt noemen we dat een verademing.'
Een week of twee terug vond ik in een minibiebje in de universiteitsbibliotheek van de Radboud Universiteit, waar ik Nederlands studeer, het boekje Wwwhhooosshhh: Over poëzie en haar wereldse inbedding, van Dirk van Bastelaere. Postmoderne (?) kritiek, poëticale stellingname, ontologische subject-object dingetjes, discursiviteit, ideologie. En zo. Derrida, Jameson, Žižek, Kristeva, Barthes. En zo. Ik heb er ooit een fragment uit moeten lezen voor een vak over literaire autonomie (dat ik niet heb afgerond, soit) maar het geheel overrompelde mij. Het was alsof het boek daar in de minibieb voor mij was neergelegd, want wie anders gaat zoiets niet alleen meenemen, maar nog gretig lezen ook? Niemand, inderdaad, zelfs niet op de universiteit. Ik voel mij dan ook geroepen. Zoals Van Bastelaere zelf schrijft in zijn nawoord:
Heel veel poëzie die vandaag de dag wordt geschreven, lijkt me een vorm van tijdverdrijf en hobbyisme waarmee ook nog wat prijzengeld en (maf genoeg) maatschappelijke erkenning te vangen valt. Zelden of nooit zie je een dichter die zich met dezelfde radicale inzet als een Mallarmé, een Rilke, een Stein, een Stevens, een Pernath, een Ashbery en ga zo maar door in het poëtische denken van de voorbije tweehonderd jaar probeert in te schrijven. Alsof hedendaagse kunstenaars het niet aan zichzelf verplicht zouden zijn hun plaats tegenover Picasso, Duchamp, Klein of Warhol te bepalen.
Dat is klare taal en ik ben het daar althans intuïtief mee eens. Die intuïtieve slag om de arm is omdat mij welbeschouwd het overzicht op het literaire veld ontbreekt om op dergelijke manier stelling te nemen. Ik zou niet durven. Toch moet ik dat, want ik neem mijzelf serieus -- ik ben een Grote Dichter in spe, zeg maar. Ik word langzaamaan wel oud, ik loop achter, zo voelt dat, maar het voordeel is dat ik ook nog wel even moet studeren. Ik moet toch ook ergens beginnen, en helemaal stilgezeten heb ik ook weer niet. Ik voel me bij het lezen van teksten als deze oliedom. Niet omdat ik ze niet begrijp, zo erg is het nou ook weer niet. Eerder omdat ik het hem niet na kan doen, omdat ik die kritische blik nog niet heb ontwikkeld en mij het theoretische instrumentarium daartoe nog ontbeert. Omdat ik geen stelling weet te nemen, met of tegenover Dirk van Bastelaere.
Daar moet je dan wat mee. Dat is de insteek. En als je ergens wat mee moet, dan moet je een plan hebben. Ik stel daarom een, noodzakelijk provisorische leeslijst voor mijzelf op. Zoiets als mijn variatie op een lijst van boeken die je gelezen moet hebben als bachelorstudent Nederlands, met extra dichterlijke en communistische pretenties. Ik ben namelijk ooit in aanraking gekomen met literatuur via Marx, zo ongeveer, ik heb in ieder geval (de eerste hondervijftig pagina's van) Kapitaal gelezen voordat ik ooit van Lucebert had gehoord. Het is dus ook een beetje back to my roots. Ik werd weer even herinnerd aan waar ik het allemaal voor deed.
Wat is de eventueel radicale, politieke functie van poëzie? Dat poëzie ideologisch is staat voor mij buiten kijf, maar in welke constructieve vorm dat gegoten kan worden, als positief politiek project, is mij niet duidelijk. Mijn rol daarin als dichter-neerlandicus in spe des te minder. Mij dunkt dat Frank Keizer het bestaansrecht van zijn overigens boeiende bespreking van Maxime Garcia Diaz in de laatste paar regels enigszins onderuit haalt: 'De oplossing voor contradicties van deze niet-lineaire meisjesgeschiedenis, en de belofte voor een andere vorm voor collectieve productie die ze bevat, liggen immers niet in de literatuur, maar in praxis, het smerige werk van de dagelijkse politieke organisatie, buiten elk fetisjkarakter om.'
Ik kan het daar moeilijk oneens mee zijn -- met die opmerking dat ik graag in mijn piepschuimen ivoren toren blijf en dat werk overlaat aan anderen; ik ben veel te autistisch om te praxiseren wat ik preek -- maar waarom dan eigenlijk schrijven of ideologische kritiek beoefenen? Om mensen tot praxis aan te zetten? Zonder iemand daarvan te betichten, zou je dan toch beter pamfletten kunnen gaan schrijven dan poëzie. Wellicht beperkt de functie van poëzie zich tot het middels vervreemding blootleggen van tegenstellingen -- aan een bevoorrechte intellectuele avantgarde -- die de praxis op moet lossen. Die louter deconstructieve poëtica staat mij ook niet aan. Keizer noemt in zijn stuk, eigenlijk als terzijde ook nog een kleine recente traditie, waar ik ook wat uit zal putten. Bovendien moet ik natuurlijk de poëzie van Keizer zelf lezen, en trouwens die van Dirk van Bastelaere, dat zou anders wel flauw zijn.
Enfin, ik moet dus gaan lezen, en veel ook. Ik wil mij, niet onkritisch, voegen in een levende traditie: in de eerste plaats die van de Nederlandstalige poëzie, en ik denk (!) meer specifiek die van de avantgarde. Dat moet ik ook in een internationale context kunnen plaatsen. Om daarin mijn plaats te kunnen bepalen, moet ik niet alleen poëzie gelezen hebben, maar daar ook een mening over kunnen vormen, en daarvoor moet ik het begrijpen. Omdat ik de poëzie ook als ideologisch bepaald zie moet ik me ook verdiepen in ideologiekritiek. Als dichter hecht ik waarde aan formeel vakmanschap (ongetwijfeld een reactionaire impuls, maar wat doe je d'raan) dus ik moet ook op dat gebied wat literatuur lezen.
Zo kom ik op een aantal categoriëen: poëzie (bloemlezingen, oeuvres, specifieke werken, Nederlands- en anderstalig), zeg maar 'kritische theorie', en algemene literatuurbeschouwing. Het onderscheid tussen de laatste twee kan op bepaalde plekken arbitrair zijn, maar de classificatie is ook puur voor het overzicht. Maak je niet druk om de opmaak en de gebrekkige literatuurverwijzingen, dan doe ik dat ook niet. Ik voorzie in mijn lijst lacunes, met name op het gebied van postkoloniale en dekoloniale literatuur, omdat ik daar gewoon vrij weinig over weet. Ik weet ook nog niet zo goed wat ik met gender en ecologie aanmoet. Dat lijkt me allemaal wel belangrijk, maar ja ik zie nog wel.
Sowieso is deze lijst noodzakelijk incompleet, en gefundeerd op het drijfzand van waar ik toevallig van heb gehoord. Ik zal hem in de loop van de tijd aanpassen, en van bepaalde denkers of dichters noteer ik de naam en zie ik later wel hoe of wat. Sommige dichters sluiten aan bij de richting die ik op denk te willen, anderen zijn gewoon belangrijk of vind ik gewoon leuk. Ik kan overigens geen Frans, honhonhon, en bepaalde teksten zijn ook qua lengte ambitieus. Falen is altijd een optie (duh), en dit is een project van onbepaalde duur, dus ik maak me geen zorgen. En ik maak geen beloftes, maar het lijkt mij een mooi voornemen om af en toe ook iets over de gelezen teksten te schrijven -- al is het maar zodat ze niet het ene oog in en het andere oog uitgaan. Als ik iets heb gelezen zal ik het doorstrepen, en een hyperlink toevoegen mocht ik erover schrijven. Without further ado.
Poëzie
Bloemlezingen
De Nederlandse poëzie van de 12e t/m de 16e eeuw in 1000 en enige gedichten (Komrij, ed.)
De Nederlandse poëzie van de zeventiende en de achttiende eeuw in 1000 en enige gedichten (Komrij, ed.)
Komrij's Nederlandse poëzie van de 19e t/m de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten (Komrij, ed.)
De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten (Pfeijfferd, ed.)
Deutsche Gedichte (Insel Verlag)
The Norton anthology of poetry (Fifth Edition, want die heb ik)
Ik zoek nog een goede bloemlezing van Frans(talig)e poëzie!
Gedichten van het nieuwe millenium (Dera & De Strycker, eds.)
Met twee maten (Rodenko, ed.)
A thing of beauty: de bekendste gedichten uit de wereldliteratuur (Wigman & Schouten, eds.)
Dichters Nederlandstalig
Obe Alkema
Robert Anker
Dirk van Bastelaere
Pornschlegel en andere gedichten
H. H. ter Balkt
Hannah van Binsbergen
Kwaad gesternte
Kokanje
Nguyễn Nam Chi
Paul Claes
Hugo Claus
Radna Fabias
Habitus
Hans Faverey
P. A. de Génestet
Piet Gerbrandy
Herman Gorter
School der poëzie
Mei
Pan
Maarten van der Graaff
Dominique de Groen
Frank Keizer
Çağlar Köseoğlu
Astrid Lampe
Lucebert
Verzamelde gedichten
Jeroen Mettes
N30+
Martinus Nijhoff
Tonnus Oosterhoff
Paul van Ostaijen
Hugues C. Pernath
Pfeijfferd
De man van vele manieren
Idyllen
Piet Paaltjens
Snikken en grimlachjes
Sybren Polet
Arno van Vlierberghe
Ellen Warmond
Menno Wigman
Verzamelde gedichten
Alfred Schaffer
Dichters anderstalig
Guillaume Apollinaire
Alcools
Antonin Artaud
John Ashbery
W. H. Auden
Selected poems
Ingeborg Bachmann
Charles Baudelaire
Les Fleurs du Mal
John Berryman
William Blake
Songs of Experience
Songs of Innocence
Bertold Brecht
Elizabeth Barett Browning
Gwendolyn Brooks
Paul Celan
Gesammelte Gedichte
Hart Crane
The Bridge
H. D.
Emily Dickinson
T. S. Eliot
W. F. Goethe
Faust
Friedrich Hölderlin
Allen Ginsberg
Barbara Guest
John Keats
Aemelia Layner
Mina Loy
Stéphane Mallarmé
Marianne Moore
Novalis
Sylvia Plath
Ariel
Ezra Pound
Ariana Raines
Adrienne Rich
Rainer-Maria Rilke
Gesammelte Gedichte
Arthur Rimbaud
Christina Rosetti
Mary Ruefle
Nelly Sachs
Anne Sexton
Bill Shakespeare
P. B. Shelley
Gertrude Stein
Wallace Stevens
Dylan Thomas
Collected poetry
Georg Trakl
Derek Walcott
Omeros
Walt Whitman
(Kritische) theorie
Per auteur (primair, secundair)
Theodor Adorno
Louis Althusser
Lénine & la philosophie suivi de Marx & Lénine devant Hegel
Idéologie et appareils idéologiques d'État
Roland Barthes
Georges Bataille
Walter Benjamin
Pierre Bourdieu
Guy Debord
Societé du spectacle
Jacques Derrida
Gilles Deleuze
Terry Eagleton
Mark Fisher
Capitalist Realism
Acid Communism
Michel Foucault
Qu'est ce qu'un auteur?
Sigmund Freud
Donna Haraway
A manifesto for cyborgs
Fredric Jameson
Postmodernism, or the cultural logic of Late Capitalism
The political subconscious
Roman Jakobson
Julia Kristeva
La révolution du langage poétique
The Kristeva reader (ed. Moi)
Jacques Lacan
Karl Marx
Das Kapital (Vol. 1)
Friedrich Nietzsche
Paul de Man
Ferdinand de Saussure
Secundair
The Cambridge companion to Saussure (Ed. Saunders)
Saussure and his Interpreters (Roy Harris)
Gayatri C. Spivak
Slavoj Žižek
The sublime object of ideology
Etc.
Algemene literatuurbeschouwing en -kritiek (en overige)
Vluchtlijnen van de poëzie. Over het werk van Jeroen Mettes. (Bluijs & Ieven, eds.)
Poëzie als alternatief (Jeroen Dera)
Postmoderne poëzie in Nederland en Vlaanderen (Jos Joosten & Thomas Vaessens)
Weerstandsbeleid (Jeroen Mettes)
Lexicon der poëzie (Cees Buddingh)
Lessen in lyriek (Willem Bronzwaer)
Draden in het donker (Yra van Dijk, Maarten de Pourcq, Carl de Strycker)
Echo's echo's (Paul Claes)
Wwwhhooosshhh: Over poëzie en haar wereldse inbedding (Dirk van Bastelaere)
En dan nog tijdschriften, essays van (dichter-)critici als T. S. Eliot om maar iemand te noemen,
weet ik veel
Comments
Post a Comment